De  Wet Werk en Bijstand (WWB)

Voor mensen met de lagere inkomens ziet de toekomst er niet rooskleurig uit. De rijksoverheid heeft een reeks bezuinigingsmaatregelen genomen, die met name de mensen aangewezen op bijstand direct raken:

·         Op de eerste plaats verdwijnt de categoriale bijzondere bijstand. In Onderbanken gaat het dan om afschaffing van de bijdrage aan contributies voor verenigingen, de mogelijkheid om ijskast, wasmachines, tv te verstrekken aan groepen aan de rand van het bestaansminimum.

·         Dan wordt er gekort op de bijzondere bijstand. Een belangrijke post die hier dreigt te sneuvelen is de medische dienstverlening ten behoeve van aanschaf brillen en tandartskosten.

·         Een derde ingreep is het per 1 januari 2004 in werking treden van de Wet Werk en Bijstand. In deze wet worden veel bevoegdheden op het terrein van bijstand en reïntegratie van de rijksoverheid naar de gemeenten overgedragen. Het idee is dat gemeenten in staat zijn het beroep op de bijstand door uitstroom en fraudebestrijding te beperken. De raad moet de kaders vaststellen voor de lokale uitvoering van de WWB. Het gaat om het vaststellen van een beleidsplan en om verordeningen t.a.v. toeslagen en verlagingen ten opzichte van de basisnorm, reïntegratiebeleid, fraudebestrijding, sancties en cliëntenparticipatie.

 

Nu zijn wij als gemeenteraad gigantisch onder druk gezet, zowel door de rijksoverheid als door Parkstad. Ons wordt gevraagd om nu met alle verordeningen in te stemmen, terwijl ook gefaseerde invoering mogelijk is. Opvallend hierbij is dat slechts een verordening nu nog niet gereed is: cliëntenparticipatie. Ik vraag me af of we gezien de complexe materie tot een verantwoorde besluitvorming kunnen komen. Wat PRO betreft kunnen we dan ook pas instemmen wanneer duidelijk is welke evaluatie- en controle-instrumenten de raad ter beschikking krijgt.

 

Voor de evaluatie hebben we een beleidsplan nodig waarin de kaders en regels vastliggen waaraan de uitvoering van de WWB kan worden getoetst. Dit plan is er nog niet.

Voor de controle hebben we zicht nodig op cijfers over instroom-, uitstroom-, koopkrachtontwikkeling van de bijstandsgerechtigden, met name voor de groep chronisch zieken daaronder etc.

 

Ik stel dan ook voor dat de wethouder in de loop van 2004 aan de gemeenteraad verantwoording aflegt over de uitvoeringswijze van afgelopen jaar en over zijn beleidsvoornemens van het volgend jaar. En dat hij daar het oordeel van cliëntenraad aan toevoegt. Zeg maar de nota’s: verantwoording en beleidsvoornemens.

Wat de beleidsvoornemens betreft denk ik bijvoorbeeld aan vragen als: onder  welke condities kan de sollicitatieplicht worden opgeheven (zorgtaken, zeer vaak afgewezen, tijdens opleiding etc.); wat verstaan wij onder algemeen aanvaarde en duurzame arbeid; welk beleid voeren wij t.a.v. gesubsidieerde arbeid;  welke verbanden zijn er met andere beleidsterreinen, bv. gezondheidszorg, ouderenbeleid, vrijwilligersbeleid etc.

 

In zijn algemeenheid geldt voor PRO dat opkomen voor de belangen van mensen aan de sociale onderkant van de samenleving een van de belangrijkere programmapunten is. We willen opkomen voor de rechten van de doelgroep van de wet. En dit niet alleen uit gevoelens van rechtvaardigheid, maar ook op grond van rationele motieven. Een van de belangrijkste pijlers van een gezonde maatschappij is sociale cohesie. Juist nu is het van belang geen sociaal geïsoleerde groep aan de rand van de samenleving te creëren, want de maatschappelijke rekening zal zijn: gevoelens van sociale overbodigheid, apathie, agressie en destructie. Het overeind houden van een goed stelsel van sociale zekerheid is een must. Sociale zekerheid is geen gunst, maar een plicht die ook als zodanig in de bijstandswet is verankerd. Hier worden we ook gesteund door publieke opinie. “Het sociaal en cultureel planbureau doet al sinds 1975 onderzoek naar wat burgers belangrijk vinden, waaraan de overheid geld mag uitgeven en wat dies meer zij. Daar komt elke keer opnieuw uit dat Nederlanders een goed stelsel van sociale zekerheid belangrijk vinden, dat het ook best wat mag kosten, als er maar niet mee gefraudeerd wordt” (Jan-Jaap Heij, De mantra van de zuinigheid. Vrij Nederland, 27 september 2003, 12-13).

 

Jos Pieper,

december 2003.

terug